Toespraak bij de sluiting van Kunst Zomer 2025
1955 – In het Museum of Modern Art in New York wordt een fototentoonstelling gehouden, die een
gigantisch succes heeft: The Family of Man. Ik heb ooit in een huis gewoond, waar een fotoboek
was onder diezelfde titel. Prachtige foto’s, 503 om precies te zijn, van professionele fotografen uit
de hele wereld, en van amateurs. Het Stedelijk Museum in Amsterdam haalde de tentoonstelling
naar ons land onder de titel ‘Wij mensen’. De Groene Amsterdammer schrijft: “Precies dat gevoel
van herkenning, van universele verbondenheid, keerde telkens terug in de reacties van pers en
publiek. De bezoekers herkenden hun eigen wereld en zichzelf in de foto’s van innig geliefden,
spelende jongens en meisjes, werkende mannen en vrouwen, biddende, musicerende en feestende
mensen verspreid over de wereld, uit totaal verschillende culturen – foto’s waarvan sommige een
iconische status zouden krijgen. Maar ook in de beelden van de dood, van honger, oorlogen,
demonstraties en gewelddadigheden, inclusief een foto uit het getto van Warschau.”
De conservator, die de tentoonstelling samenstelde zei erover: ‘Fotografie is ‘de enige universele taal die we hebben, de enige die geen vertaling behoeft’ en daarmee bij uitstek geschikt om ‘de essentiële eenheid en goedheid van de mens’ te tonen, vanuit de ‘vaste overtuiging dat we allemaal gelijk zijn op deze aarde, ongeacht ras, geloof of huidskleur’. Ik vervang het woord ‘fotografie’ maar meteen door het woord ‘kunst’, want de uitspraak geldt eigenlijk alle kunstvormen.
Kunst roept ook altijd een tegenreactie op, en dat moet ook. Critici van de tentoonstelling, als
Roland Barthes en Susan Sonntag, spraken van ‘sentimenteel humanisme’ of zelfs van ‘cultureel imperialisme’. Maar heel veel bezoekers zagen juist een ‘demonstratie tegen racisme, uitbuiting en
onderdrukking’
De fototentoonstelling heeft vanaf medio 90-er jaren een permanente plek gekregen in het
Luxemburgse Clervaux. En in 2003 kreeg deze de status van UNESCO World Documentary
Heritage. En daarmee zijn we terug in Westerveld. Want ook ons eigen UNESCO Wereld Erfgoed in
Frederiksoord en omgeving kent een dubbel verhaal. Het mooie verhaal van mensen, die uit de
armoede worden gehaald en een nieuw leven kunnen opbouwen, een erkenning van die armoede
en van de plicht van de staat om daar iets aan te doen. En het aanzienlijk minder mooie verhaal
van ‘onvrijheid’ temidden van al die weldadigheid en van de koloniale roots in Indië van ons aller
Johannes van den Bosch.
De Nederlandse titel van de tentoonstelling ‘Wij mensen’ deed mij sterk denken aan de preambule
van het Handvest van de Verenigde Naties, dat opent met de woorden ‘We, the peoples, ….’, en niet
zoals alle andere verdragen met ‘The states’. Het mooie van veel kunst is dat het – net als de
tentoonstelling ‘Wij mensen’ en net als de aanhef van het Handvest – het formele kader omzeilt, en
rechtstreeks werkt. En dat maakt dat machthebbers kunst ook altijd weer een bedreiging vinden.
Ze hebben er geen greep op. En als zij die kunst proberen in te kaderen, houdt het op kunst te zijn.
Alles wat je opent, moet je ook weer sluiten. Meer dan zeven jaar geleden opende ik mijn
lidmaatschap van de gemeenteraad, en over een ruim half jaar ga ik dat hoofdstuk sluiten. Ik wil
me graag weer concentreren op het werk van de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties,
die ik in 1986 mede oprichtte. En het geldt ook voor de Kunst Zomer Dwingeloo, een in tijd
begrensde gebeurtenis, die ik op 12 juli opende en hiermee ook weer afsluit.
Symbolisch dan, want morgen is er nog een dag…