Toespraak bij de opening van Kunst Zomer 2025

De relatie tussen bestuur (overheid) enerzijds en kunst (cultuur in brede zin) anderzijds is ongelofelijk delicaat. Aan het ene uiterste staat een overheid die kunst censureert, verbiedt, verbrandt. De boeken, die in de Jaren 30 in Duitsland op de brandstapels werden gegooid. De boeken, die nu in de VS (in navolging van vele andere landen) uit scholen, bibliotheken worden verbannen; de museumdirecteuren die worden vervangen vanwege hun open opvattingen. Aan het andere uiterste staat een overheid, die kunst inzet als middel om ideologische doelen te bereiken. Midden in die balans staat een overheid, die de kunst en cultuur zelf met rust laat, maar die het klimaat schept, waarin deze kunnen bestaan, tot hun recht kunnen komen.

Waarom dat nodig is? Omdat kunst en cultuur zich alleen op een markt van vraag en aanbod niet kunnen ontwikkelen, niet kunnen bestaan. Maar vooral omdat kunst en cultuur (in brede zin) nodig zijn om het leven te begrijpen, en om het leven leefbaar te houden. In mijn bijdrage aan de Algemene Beschouwingen afgelopen dinsdag in de gemeenteraad, zei ik iets over onze verantwoordelijkheid voor de natuur. Ik schetste het beeld van een Westerveld, waarin de zorg voor onze natuur, de productie van eerlijk, duurzaam en gezond voedsel, en een plezierige en vitale samenleving hand in hand gaan, en noemde het een ‘praktische utopie’. Ik zag dan natuur in drie hoedanigheden: kernen van bescherming (waar de kwetsbaarheid centraal staat en de mens moet terugtreden), dan de vele prachtige gebieden, nog steeds
beschermd, maar waar de mens naar hartenlust kan genieten; en dan het gebied waar natuur
opgaat in het cultuurlandschap, samen gaat met de productie van duurzaam, gezond en eerlijk voedsel.

Toen ik over vandaag nadacht, zag ik ineens de parallel met de kunst. Ook die heeft een plek nodig, waar die uitsluitend zichzelf is: zonder oordeel, zonder bemoeienis, zonder woorden wellicht. Daaromheen is de plek, waar mensen de kunst kunnen beleven, zich ertoe kunnen verhouden, liefst eigenlijk nog steeds zonder al te veel oordeel, zonder de begrippen mooi of lelijk erop los te laten, maar met een open blik. En daar weer omheen is de plek waar de kunst en de maatschappij elkaar bevragen en versterken.

We zijn hier op de tentoonstelling van Siemen Dijkstra, waar deze drie elementen zo duidelijk samen komen. Zijn werk heeft allereerst aan zichzelf genoeg, in stilte. Dan verhouden wij ons als toeschouwers tot zijn werk, en worden we geraakt. En tenslotte is zijn werk ook een verhaal (een statement, zo je wilt) over hoe het landschap om ons heen zijn essentie dreigt te verliezen.

Een prachtige plek en een mooi moment om de Kunst Zomer Dwingeloo in te gaan.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *