Nelio Biedermann – Lazár

“Dat het oorlog was, vernam de baron pas één dag na de keizerlijke proclamatie. Als steeds had hij de krant, die na de middag uit de hoofdstad was gearriveerd, pas de volgende ochtend gelezen. Maar ook toen had hij het haast niet kunnen geloven…”

“Die avond barstte de hel los. De onderwereld had haar poorten open gezet en haar laagste, weerzinwekkendste, smerigste geesten los gelaten. De stad veranderde in een nachtmerrie De lucht was vol van een onophoudelijk gillend, woest hysterisch gekrijs. En alle mensen verloren hun gezicht, leken op vertrokken tronies, de ene in angst, de andere in leugen, nog een andere in wilde triomf vol haat…”

“Pista las de brief nog op weg naar huis, met fel bonzend hart en slappe knieën. Nadat hij hem steeds opnieuw had gelezen, ging hij op de stenen treden van een portiek zitten en staarde in het niets.”

“Aanvankelijk was Lilly verbaasd geweest hoe snel een uitzonderingstoestand dagelijkse kost kon worden. Maar inmiddels was ze ook daar gewend aan geraakt. Af en toe moest ze denken aan de ochtend waarop Lajos tegen haar had gezegd, dat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard. Ook toen al had ze het onvoorstelbaar gevonden, hoe onverhoeds de wereld uit z’n voegen gerukt kon worden, hoe weinig daarvoor nodig was…”

“In gedachten was hij met banaliteiten bezig, wat hem verbaasde, omdat hij toch altijd had gedacht, dat je leven nog één keer aan je voorbij trok. Maar zijn leven kon hij zich nauwelijks herinneren, alsof hij zijn verleden buiten voor de zware ijzeren deur had achtergelaten. De mens, die hier zat, en de mens die ooit een kind, een jonge monnik, een priester en (hij meesmuilde bij de gedachte aan het woord) een verzetsstrijder was geweest, leken twee verschillende personen”

“Alleen omdat Pista het zo voor hem opnam, tolereerden ze hem in hun midden. Mochten zijn boeken uitgegeven zijn of zelfs maar ondergronds gelezen worden in de adellijke of studentenkringen, die zich tegen het systeem verzetten, dan hadden ze zich op z’n minst op hem kunnen beroemen. Maar op deze manier was hij gewoon een zoveelste onteigende aristocraat, die in een kolenmijn werkte en terug verlangde naar de oude tijd. Net als zij allen.”

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *