Splinter Chabot – Twee prinsen
“We vrijen opnieuw, heel rustig, in een slaperig tempo. De tijd lijkt van stroop geworden. Heel rustig,
terwijl de zonnestralen onze huid laten gloeien. Heel rustig, totdat ik zachtjes in z’n oor kreun, en zoveel geluk door m’n lijf voel stromen, waarvan ik niet wist dat dat mogelijk was.”
Hij is naakt; zo heb ik hem het liefst, naakt. Ik kan dan eindeloos naar hem kijken. Hij is zo prachtig, zo sierlijk, zo kwetsbaar en krachtig tegelijk…. Tegen mijn been aan voel ik hoe hij hard wordt. Rustig leg ik hem op z’n rug. Ik kus z’n hals, z’n borst, en glij af, verder naar beneden… Ik hoor hem opnieuw kreunen.
‘Asjeblieft’, vraagt ie bijna smekend. ‘Even geduld hebben’, fluister ik terug…. ‘Voel dan hoe graag ik wil.’ ‘Moet ik je verwennen?’ ‘Ja’. ‘Hoe graag?’ ‘Heel graag.’ ‘Ja’. ‘Ja?’ Alsjeblieft…’
En hoe heet jij?’ ‘Joris’, zei hij. ‘Ik ben Joris. Wil je anders helpen op het terrein?’, vroeg ie. Met z’n hoofd knikte hij richting de camping. ‘We zijn hier pas een paar maanden…..’ Ik knikte, wat voor hem genoeg was om aan te nemen, dat ik graag wilde helpen. Hij boog zich naar me toe (even hoopte ik dat hij me ging aanraken)-, pakte vlak achter me de maisstengels vast, die ik wekenlang als gordijn had gebruikt, duwde ze opzij, stapte over de grens heen alsof het niets was en draaide zich naar me om.
‘Kom je? ‘vroeg ie.