F. Springer – Teheran, een zwanezang

Zij gaf een teken, en wij stelden ons gedwee op in een rij, borden in de hand, die wij dadelijk onder haar toezicht mochten vullen. Nog steeds ruiste straatorgelmuziek boven onze hoofden: Tulpen uit Amsterdam, prietpraat in mijn oor. Beetje hinderlijk, die staat van beleg, maar het wordt toch iedere avond al zo laat, dus dan maar op bevel van Arie wat vroeger de koffer in duiken. Eigenlijk een gezonde maatregel. Jammer dat onze Consul, big Bill Turfjager, en zijn Nana er niet zijn. Zo’n geestige man, zo’n schattige meid. Wat een geluk voor mevrouw Zolenaar van Deinze dat vanavond de lichten blijven branden…”

“Ik vroeg of ze het nieuws over onze vroeger baas al had gehoord. Ja, dat had ze gehoord. Stilte. Ik vroeg hoe het met haar vader was. Goed, al had Alice’s plotselinge bevlieging om het Topkapi museum te bezichtigen, hem een droeve schok bezorgd. Inmiddels had Alice gebeld dat Topkapi nog even indrukwekkend was, als toen Pat en zij er voor het eerst met hun moeder hadden rond-gelopen. Stilte. Brullende stilte. Ik zei dat ze wat mij betreft die laatste zestien woorden niet hoefde uit te wissen. Die waren nooit meer uit te wissen. Stilte in Darrous.”

Ha Toby, alles wel in Darrous? Tevreden over het fietsje? Het is hier verdomd koud, waarvoor excuses. Gasflessen plotseling leeg. Vandaar die muts, afkomstig uit Korea, Zuid Korea wel te verstaan… Katwijk nog aan de lijn gehad. Windkracht 6. Nana happy. Maar ze maakt zich nodeloos ongerust over ons, de schat.”

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *