Virginia Woolf – De uitreis
“Toen mevrouw Ambrose merkte dat ze geen andere huurrijtuigen, maar alleen nog karren en wagens passeerden, en dat er zich onder de duizenden mannen en vrouwen die ze zag, geen heren of dames bevonden, begreep ze dat armoede uiteindelijk de regel is, en dat London de stad van ontelbare armen is.”
….
“Even later hoorden ze haar naar beneden roepen: ‘O kijk, we zijn op zee.’ Ze gingen haar achterna het dek op. Alle rook en alle huizen waren verdwenen. Het schip bevond zich op de open zee, die fris en stralend was, zij het nog bleek in het ochtendlicht.”


“Ik wilde zeggen, dat u wel zou begrijpen, waarom ik en andere mannen zoals ik politicus worden, als u ooit iets had gezien van wat er om u heen gebeurt. U vroeg zo even of ik had bereikt, wat ik van plan was? Nu goed. Wanneer ik mijn leven overzie, is er één feit waar ik trots op ben, moet ik toegeven. Dankzij mij kunnen enkele duizenden meisjes in Lancashire (en in de toekomst nog vele duizenden na hen) dagelijks één uur in de buitenlucht doorbrengen, terwijl hun moeders al die tijd over hun weefgetouw gebogen moesten blijven zitten. Daar ben ik trotser op dan als ik over Keats had geschreven en Shelley op de koop toe,” Het leek Rachel nu pijnlijk een van de mensen te zijn, die over Keats en Shelley schrijven.
“Over dat soort kwesties spraken ze tussen de boeken of buiten in de zon of als ze ongestoord in de schaduw van een boom zaten. Ze geneerden zich niet meer en werden niet meer half verstikt door bedoelingen, die zich niet konden uiten. Ze waren niet bang voor elkaar of als reizigers op een slingerende rivier door plotse schoonheid verblind, wanneer ze een bocht om kwamen. Het onverwachte gebeurde wel, maar ook het gewone was aantrekkelijk en in veel opzichten te verkiezen boven het extatische en mysterieuze”
“De liefde was mooi, net als die knusse gezinshuizen met de keuken beneden en de kinderkamer boven, die zo in zichzelf gekeerd en op zichzelf waren, als eilandjes in de kolkende stromen van de wereld. Maar de echte dingen waren toch zeker de dingen, die plaatsvonden, de aspiraties, de oorlogen, de idealen, die in de wijde wereld daarbuiten plaatsvonden, onafhankelijk van deze vrouwen die zich met hun zachte mooie manieren naar de mannen wendden,..”
| “Nog twee of drie uur lang stortte de maan haar schijnsel uit in de lege lucht. Door geen wolken belemmerd viel het recht naar beneden en lag haast als koude witte rijp op de zee en de aarde. In die uren werd de stilte niet verbroken. En de enige beweging kwam van bomen en takken, die zacht zwaaiden. En dan bewogen ook de schaduwen, die op de witte landstreken lagen. In die diepe stilte, was slechts één geluid te horen: het geluid van een licht maar gestaag ademen. Dat nooit ophield, hoewel het nooit rees of daalde. Het ging door toen de vogels al van de ene naar de andere tak fladderden, en was te horen achter de eerste ijle klanken van hun gezang. Het ging door toen het Oosten verbleekte en rood werd en de lucht lichtblauw kleurde. Maar toen de zon opkwam, stopte het en maakte plaats voor andere geluiden. De eerste geluiden, die werden gehoord, waren zachte, onverstaanbare kreten. De kreten, zo leek het, van kinderen of van de allerarmsten, van mensen die heel zwak waren of pijn hadden. Maar toen de zon boven de horizon kwam, werd de lucht – voorheen ijl en bleek – met de minuut voller en warmer van kleur. En de geluiden van het leven werd krachtiger en kregen allengs meer durf en gezag. |