Alan Hollinghurst – Kind van een vreemde
“En de afgelopen winter – zijn eerste op Two Acres – had hij kolen naar boven gebracht voor de haarden. Hij was 15, klein voor zijn leeftijd, maar sterk. Hij hakte hout, deed boodschappen, ging op en neer naar het station in Horner’s wagen. Hij was de jongen, in alle gebruikelijke betekenissen van het woord, maar hij had nog nooit als lakei gediend. George en Hubert schenen zichzelf te kunnen aan- en uitkleden, en Masto (de meid van mevrouw Sal) nam alle was mee naar beneden. Vanochtend had George hem echter na het ontbijt binnen geroepen en hem opdracht gegeven voor zijn vriend Valence te zorgen.”
“’Nou wat betreft het spreken in het semi-openbaar’, zei Cecil schalks, en hij wierp Daphne een vreemde blik toe. ‘O ja,’ zei Daphne met de waakzaamheid van een kind bij de eerste de beste vorm van aandacht. ‘Wat dacht je van het voorlezen, Cecil?’ ‘Lief kind, waar gaat dat over?’, zei Fredda, die vreesde dat Daphne haar gasten zou vervelen. ‘Het was Cecil’s idee…’
“Ze had zich tamelijk belachelijk gevoeld. En de druk van wat ze zou gaan zeggen, maakte zelfs het simpelste gesprek onmogelijk voor haar. Wat ze wel zei, was dar Cecil een verschrikkelijke troep had gemaakt in z’n kamer. En ze vond het zelf nogal bekrompen klinken om zoiets te zeggen over een dichter en een held, die het Military Cross had gekregen. Het waren brieven geschreven door een gentleman, wat op zich weinig of niets te betekenen had. En door een dichter, wat hun meer recht gaf op de eeuwigheid, maar haar niet op andere gedachten had horen te brengen” |
Hij bedacht zich dat hij de auto misschien wat meer had kunnen opruimen, schoof een stapel papier van de vloer, waarbij hij de instappende Paul met zijn schoonvegende handen in de weg zat. Paul was een van die magere jonge mannen met billen, die even aangenaam rond waren als die van een fietser. Peter stapte zelf in en liet – toen hij schakelde- heel kort zijn hand op Paul’s knie rusten en hij voelde hem trillen van de spanning, meteen gevolgd door de behoefte om dat te verbergen. ‘Klaar voor Cecil?’
De sfeer was magisch, een product van privilege en toneelspel, gelegd over enkele meer onvervalste jeugd-herinneringen: de onvrijwillige terugkeer naar school. Peter beproefde en intensiveerde zijn eigen indrukken door er naar te zoeken in het gelaat van zijn nieuwe vriend, die hij nauwelijks kende. En toch vermoedde hij dat hij ze beter kende dan ooit iemand voor hem
En het vernederende – toen Paul zijn cassetterecorder had ingepakt, zijn jas aan had getrokken en naar de deur was gebracht – was de bijna tastbare afwijzing van Jona geweest, te herkennen aan zijn eigen gespannen lachje, het piepende spijtige schudden van z’n hoofd. ‘Nee, hij had inderdaad geen brief, niets wat Cecil Valens had geschreven, zodat Paul bij zijn vertrek geen kant meer op kon.
Maar op dat moment ging de deur van de studeerkamer open en kwam GFS naar buiten. ‘O, hallo’, zei hi en hij keek zeer geïnteresseerd toen hij me zag. ‘Paul vertrekt net, schat’, zei MS. Voor het eerst gebruikte ze per ongeluk mijn voornaam. ‘Ja, ja’. Hij kon erg doortrapt kijken om zaken weg te moffelen, die hij zich net niet kan herinneren, waarbij hij haar bijna toegefelijk toesprak. MS: ‘Heb je van het gesprek genoten, George?’ GFS: ‘O, zeer zeker, schat, ja.’, terwijl hij me aankeek met een blik, die zowel een stiekeme poging kon zijn om na te gaan wie ik was, als een nog veel stiekemer spelletje om weer te bedenken hoe het was om mij te betasten. MS: ‘Een waar heb je het over gehad? Dat weet je vast niet meer.’ GFS: ‘Dat kon je nog wel eens tegenvallen.’